De Vroege Bril Studie: een korte uitleg

Een lui oog komt bij 1 op de 30 kinderen voor. Het wordt meestal veroorzaakt door een hoge oogsterkte of door scheelzien, of door een combinatie van deze. Het kan goed behandeld worden tot de leeftijd van zes jaar. Daarom is de meting van de gezichtsscherpte op het consultatiebureau met plaatjes lezen op 4 en 5 jaar heel belangrijk, want daarmee wordt een lui oog in bijna alle gevallen opgespoord. Al langer leeft het idee, dat de oorzaken van een lui oog, hoge oogsterkte en scheelzien, zelf ook behandeld kunnen worden, bijvoorbeeld met een bril op één- of tweejarige leeftijd, en dat daarmee de ontwikkeling van een lui oog tussen de leeftijd van 1 en 4 jaar voorkomen kan worden. Of dit goed mogelijk is, is echter nog nooit aangetoond.

In de Vroege Bril Studie wordt het verband tussen een hoge oogsterkte op éénjarige leeftijd en het optreden van lui oog op vierjarige leeftijd onderzocht. Als dit verband bestaat, dan bestaat de mogelijkheid dat bij kinderen met een hoge oogsterkte een bril zou kunnen voorkomen dat zij een lui oog ontwikkelen.

Sinds 2012 worden in Vlaanderen alle één- en tweejarige kinderen onderzocht op hoge oogsterkte. Dat is tot nu toe het enige land ter wereld waar dit voor alle kinderen is ingevoerd. Kinderen met een hoge oogsterkte krijgen daar een bril aangemeten, om hiermee lui oog te voorkomen. Het is alleen niet bekend hoeveel gevallen van een lui oog daarmee echt zijn voorkomen. Ondertussen is in Vlaanderen wel het aantal vierjarige kinderen dat een bril draagt toegenomen van 4,7% naar 6,7% tussen 2012 en 2017. De ouders betalen de brillen. Het apparaat waarmee de oogsterkte gemeten wordt op 1 of 2 jaar is niet goedkoop en er zijn in Nederland 880 consultatiebureaus. Voordat het meten van de oogsterkte in Nederland algemeen op de consultatiebueaus wordt ingevoerd is het dus belangrijk te weten of hoge oogsterkte de kans op een lui oog op 4 jaar verhoogt en of een vroege bril het ontstaan van een lui oog tussen 1 en 4 jaar kan voorkomen.

De Vroege Bril Studie is op 1 mei 2021 van start gegaan in Noord-Limburg, Regio Eindhoven, Utrecht Leidse Rijn, Amersfoort, Veenendaal, Putten, Ermelo en Harderwijk. De verwachting is dat er nog meer centra mee gaan doen in de komende tijd.

De ouders van de kinderen krijgen tijdens de controles op de leeftijd van 7 en 11 maanden op het consultatiebureau een folder met informatie en een QR code om te scannen. De ouders kunnen dan informatie lezen over de studie op de website vroegebrilstudie.nl, en dan kunnen ze aangeven meer over de studie te willen weten. Annelies Bruinenberg, de arts-onderzoeker of Dr. Huib Simonsz, een kinderoogarts van he Erasmus MC (0651187878) belt de geïnteresseerde ouder dan en legt de studie verder uit. Bij de kinderen die deelnemen aan de studie, wordt op de leeftijd van 12-18 maanden de oogsterkte heel nauwkeurig bepaald door een orthoptist. De ogen van de kinderen worden verder goed onderzocht en hierover gaat een brief naar de huisarts en het consultatiebureau. Een op de tien kinderen zal een hoge oogsterkte hebben en die kinderen worden onderverdeeld in wel-een-bril (zoals nu in Vlaanderen) en gen-bril (zoals nu in Nederland). De kinderen met een hoge oogsterkte, worden tot de leeftijd van vier jaar twee of meer keer per jaar gecontroleerd. De andere 90% van de kinderen wordt verder op het consultatiebureau gecontroleerd. Hun meting van het zicht op vierjarige leeftijd op het consultatiebureau, gemeten met plaatjes lezen, wordt opgevraagd voor het onderzoek en met de gegevens van alle kinderen, die op 1 jaar onderzocht zijn, wordt bepaald in of een hoge oogsterkte op 1 jaar de kans op een lui oog op 4 jaar verhoogt.

Als dat het geval is wordt vervolgens gekeken naar het effect van de vroege bril: hebben de kinderen die geen bril gedragen hebben minder vaak een lui oog?

Het onderzoek van uw kind vindt plaats op locatie Het Zand en wordt gecoördineerd door Rinske van Ommeren, jeugdarts.